Tijdens een wandeling of fietstocht in de natuur is het goed om te weten waar je op moet letten voor teken, want in deze blog lees je waar deze kleine beestjes het vaakst voorkomen. Teken kunnen vervelend zijn en soms zelfs ziektes overbrengen. Daarom is het slim om jezelf goed te beschermen en te weten waar je ze het makkelijkst tegenkomt.
Teken leven het liefst in bossen en struiken
Wie door een bos loopt, komt in het leefgebied van de teek. Vooral plekken met veel loofbomen zijn favoriet, zoals bossen waar beuken, eiken en berken staan. De ondergroei van deze bossen bestaat vaak uit lage planten en struiken. Teken zitten vaak in het hoge gras, tussen de varens of tussen blauwe bosbesstruiken. Ook dennenbossen met een dikke laag gras bieden een perfecte schuilplaats. In zulke gebieden is de lucht vochtig, waardoor de teek goed kan overleven. Zodra je daar tussen loopt, kan een teek van een plant op je huid overstappen en zich vastbijten.
In hoog gras en op schaduwrijke plekken zie je veel teken
Niet alleen bossen zijn geliefd bij teken. Ook grasrijke gebieden zijn plekken waar teken veel zitten. Denk aan grasvelden, bermen langs wegen, parkjes en randen van tuinen met wat langer gras of kleine struiken. Teken houden van schaduw, dus je vindt ze meestal niet in de volle zon. Ze blijven graag in de buurt van vochtige plekken. Tussen dode bladeren aan de rand van een bos of bij een sloot kan het wemelen van de teken. Mensen worden vaak gebeten als ze door het gras lopen of even in het gras zitten. Draag hier altijd gesloten schoenen en sokken.
Ook in de tuin en stadsparken kun je teken tegenkomen
Niet alleen in het bos of op het platteland kun je een beet krijgen. Zelfs in de tuin kunnen teken leven, vooral als er veel struiken, planten of gras zijn dat niet kort wordt gehouden. In stadsparken en speeltuinen met veel groen zijn ze soms ook aanwezig. Open plekken zonder begroeiing hebben minder kans op teken, maar langs hekjes, bosschages of tuingrenzen komt het veel voor. Als je kinderen in het gras spelen, is het slim om na afloop altijd even te controleren op teken die zijn meegenomen vanaf de grond of planten. Zo kun je een beet meestal snel ontdekken en erger voorkomen.
Tekenseizoen en weersomstandigheden zijn belangrijk
Tekens zijn er het hele jaar, maar tussen maart en oktober zijn ze het meest actief. Bij warm en vochtig weer stijgt de kans dat ze naar boven komen op de planten. In droge, zonnige perioden blijven ze juist vaker diep weggekropen onder bladeren en takken. Na een milde winter zijn er soms wat meer beestjes actief. Hou vooral in de lente en zomer rekening met hun aanwezigheid als je de natuur in trekt. Controleer jezelf dus altijd extra goed als je terugkomt van een wandeling in deze tijd van het jaar.
Meest gestelde vragen over waar zitten teken het meest in de natuur
- Zitten teken alleen in het bos? Teken zitten niet alleen in het bos. Je vindt teken ook in hoog gras, struiken in parken, tuinen en langs bosranden. Ze leven graag op plekken waar het vochtig is en waar schaduw is van bladeren of struiken.
- Waarom zijn teken vooral actief in de lente en zomer? Teken zijn vooral actief in de lente en zomer omdat het dan warm en vochtig is. Dit is het perfecte weer voor teken om te bewegen en op zoek te gaan naar een gastheer, zoals mensen of dieren.
- Kun je teken ook in je eigen tuin tegenkomen? Het is zeker mogelijk om teken in je eigen tuin te vinden, vooral als je veel struiken, lang gras of hoge planten hebt. Ook in siertuinen blijven teken makkelijk verscholen wachten op een voorbijganger.
- Zitten teken ook op zandgrond of open plekken? Op open plekken zonder gras of struiken, zoals zandgrond of verharde paden, zijn bijna geen teken te vinden. Ze zoeken plekken met planten en vochtige schaduw op, omdat ze daar beter kunnen overleven.
- Hoe kun je jezelf beschermen tegen teken in de natuur? Draag bedekkende kleding met lange mouwen en broeken in gebieden waar veel teken zitten. Controleer jezelf goed na een uitje op plekken waar teken kunnen zitten, zoals in je knieholtes, liezen, oksels en achter de oren.




























