De duinen van Gran Canaria, ook wel de duinen van Maspalomas, zijn een van de meest indrukwekkende natuurgebieden van Spanje. Ze liggen aan de zuidpunt van het eiland en beslaan een oppervlakte van meer dan 400 hectare. De combinatie van hoge zandduinen, een lagune en een palmbos op loopafstand van een badplaats maakt dit gebied uniek in Europa.
Wat veel bezoekers niet weten, is dat deze duinen geen gewone kustduinen zijn. Ze bestaan voor een groot deel uit schelpfragmenten en algenresten, geen gewoon strandzand. Dat geeft het zand een lichte, bijna witte kleur en een opvallend fijne structuur.
Hoe zijn de duinen van Gran Canaria ontstaan?
De zandduinen van Gran Canaria zijn volgens de beschikbare informatie in 1755 in hun huidige vorm ontstaan. In dat jaar vond er een grote aardbeving plaats in dit deel van de Atlantische Oceaan, gevolgd door een tsunami. Die golf bracht enorme hoeveelheden sediment mee vanuit de zeebodem en legde zo de basis voor het duinlandschap dat er nu nog ligt. De heersende wind, de zogeheten passaatwinden, heeft het zand daarna verder opgestapeld en gevormd tot de golvende heuvels die je vandaag ziet.
De duinen zijn geen statisch landschap. Door de constante wind verschuiven ze langzaam, soms wel enkele meters per jaar. Daardoor ziet het gebied er na elke storm weer net iets anders uit. De hoogste duinen bereiken een hoogte van ongeveer 10 meter boven zeeniveau.
Wat maakt de duinen van Gran Canaria zo bijzonder?
Het duingebied is aangewezen als Natuurreservaat en valt onder Europese bescherming via het Natura 2000-netwerk. Dat betekent dat je niet zomaar overal mag lopen. Er zijn aangewezen paden die je door het gebied leiden. Wie van die paden afwijkt, verstoort de begroeiing en kan een boete krijgen.
Binnen het reservaat wonen bijzondere diersoorten. De Gran Canaria skink (een kleine hagedis) en verschillende zeldzame vogelsoorten gebruiken de duinen als leefgebied. De lagune van Maspalomas aan de westkant trekt trekvogels, waaronder flamingo’s. Dat maakt het gebied ook interessant voor wandelaars die niet perse stranddagen willen.
Aan de andere kant van de duinen ligt het strand van Maspalomas, een van de langste stranden van het eiland. Je kunt te voet van Playa del Inglés naar het naturistenstrand en vervolgens door de duinen naar de lagune wandelen. Die wandeling duurt zonder omwegen ongeveer anderhalf tot twee uur.
Praktische informatie voor een bezoek
De duinen zijn gratis toegankelijk. Je hebt geen kaartje nodig om het gebied in te gaan. Wel zijn er een paar praktische dingen om rekening mee te houden:
- De zon in het zuiden van Gran Canaria is het hele jaar krachtig. Neem altijd zonnebrandcrème, een hoed en voldoende water mee.
- Lopen op zand kost meer energie dan je denkt. Stevige sandalen of sportschoenen werken beter dan slippers.
- Vroeg in de ochtend (voor 9:00 uur) zijn de duinen het rustst en het koelst. In het hoogseizoen is het gebied rond het middaguur erg druk.
- Kamelenritten worden aan de rand van het duingebied aangeboden. Die ritjes gaan niet diep het reservaat in en zijn meer een toeristische attractie dan een manier om het gebied echt te verkennen.
- Parkeren is mogelijk bij de toegangswegen rond Maspalomas. Vanuit het centrum van Playa del Inglés wandel je in ongeveer 20 minuten naar de eerste duinen.
Duinen Gran Canaria: wanneer ga je?
Gran Canaria heeft het hele jaar door goed weer, maar de duinen zien er in elk seizoen anders uit. In de zomer (juni tot september) zijn ze volop bezet, is het heet en kan de wind zand recht in je gezicht blazen. In de winter (november tot februari) is de temperatuur aangenamer voor een wandeling, rond de 20 tot 22 graden overdag. Dan zijn de duinen ook iets minder druk, al is Gran Canaria in het algemeen een populaire winterbestemming.
Het voorjaar, met name april en mei, is een rustig en aangenaam moment. De lagune staat dan soms vol trekvogels op weg naar Noord-Europa, wat het bezoek extra de moeite waard maakt.
Wie de duinen van Gran Canaria wil zien op zijn best, plant het bezoek vroeg op de dag en vermijdt de middaguren. Het gebied is klein genoeg om in een ochtend te verkennen, maar bijzonder genoeg om meerdere keren te bezoeken tijdens een vakantie op het eiland.
























