Luxemburg is een van de kleinste landen van Europa, maar wie er doorheen rijdt of wandelt, begrijpt al snel dat de omvang weinig zegt over de rijkdom. Het land grenst aan België, Duitsland en Frankrijk en heeft daardoor een unieke mix van culturen, talen en landschappen. Van diepe groene valleien tot middeleeuwse kastelen en bruisende wijndorpen langs de rivier: dit land pakt je meteen. Veel mensen kennen het land alleen als financieel centrum, maar reizigers die er een weekend of langer doorbrengen, ontdekken een heel andere kant.
Natuur die verder gaat dan je verwacht
Het noorden van het land, ook wel het Éislek of de Ardennen van Luxemburg genoemd, is een gebied vol heuvels, bossen en kleine beekjes. Wandelaars vinden hier honderden kilometers aan goed bewegwijzerde paden. Eén van de bekendste gebieden is Klein Zwitserland, een streek met rotsachtige landschappen en smalle ravijnen. De naam zegt het al: het lijkt op een miniatuurversie van de Alpen, zonder dat je er ver voor hoeft te reizen. In het zuiden vind je het land van de Rode Aarde, een streek waar vroeger veel ijzererts werd gewonnen. Het landschap draagt nog steeds de sporen van die industrie, maar natuur heeft veel van de verlaten terreinen terugveroverd. Wie van buitenlucht houdt, komt in dit land ruimschoots aan zijn trekken.
Steden en dorpen vol geschiedenis
De hoofdstad deelt haar naam met het land en is een van de meest bijzondere steden van Europa. De oude binnenstad staat op de lijst van werelderfgoed van UNESCO, en dat is goed te begrijpen. Diepe ravijnen snijden door het stadscentrum en geven het een dramatisch uiterlijk. Langs de Corniche, een wandelpromenade met uitzicht over de vallei, krijg je een beeld van hoe de stad vroeger werd verdedigd. Buiten de hoofdstad zijn er dorpen als Vianden en Echternach die zeker de moeite waard zijn. Vianden heeft een prachtig gerestaureerd kasteel dat hoog boven het dal uitkijkt. Echternach is de oudste stad van het land en heeft een sfeervolle markt omringd door historische gebouwen. Elk dorp heeft zijn eigen verhaal, en samen geven ze een goed beeld van de rijke geschiedenis van deze regio.
De Moezel: wijn, water en rust
Langs de oostelijke grens stroomt de Moezel, een rivier die ook door Duitsland en Frankrijk loopt. Aan de Luxemburgse kant liggen wijngaarden die zich uitstrekken langs de oevers. De witte wijnen uit deze streek, vooral de Riesling en de Pinot Gris, zijn geliefd bij wijnliefhebbers. Kleine wijnhuizen bieden rondleidingen aan en je kunt er proeven wat het land te bieden heeft. Buiten de wijn is de Moezel ook een fijne plek voor een fietstocht of een rustige boottocht over het water. Dorpjes als Remich en Grevenmacher hebben een ontspannen sfeer en goede restaurants waar lokale gerechten op tafel komen. Judd mat Gaardebounen, een gerookt varkensvlees met tuinbonen, is een klassiek gerecht dat je in veel eetgelegenheden tegenkomt. De combinatie van natuur, cultuur en eten maakt de Moezel tot een van de aantrekkelijkste gebieden van het land.
Praktisch reizen naar en door het land
Vanuit Nederland is het land goed bereikbaar met de auto. De rijafstand vanuit Amsterdam bedraagt ruwweg vier uur. Wie liever de trein neemt, kan via Brussel of Luik reizen naar de hoofdstad. Binnen het land is het openbaar vervoer opmerkelijk goed geregeld: al het bus en treinvervoer is er volledig gratis voor reizigers. Dat geldt ook voor toeristen. Dit unieke systeem maakt het makkelijk om zonder auto te reizen. De munteenheid is de euro en de meeste mensen spreken naast Luxemburgs ook Duits en Frans. Nederlandssprekenden komen er ook goed mee uit, zeker in de toeristische gebieden. Het land heeft geen grootschalige toeristenstroom zoals sommige buurlanden, waardoor het er ook buiten het hoogseizoen aangenaam vertoeven is.
Veelgestelde vragen
Is openbaar vervoer in Luxemburg echt gratis?
Ja, alle bussen en treinen in Luxemburg zijn gratis voor iedereen, dus ook voor toeristen. Dit geldt voor de tweede klas en is van toepassing in het hele land. Alleen internationale verbindingen naar het buitenland zijn niet gratis.
Welke talen worden er gesproken in Luxemburg?
In Luxemburg worden drie officiële talen gesproken: Luxemburgs, Duits en Frans. In de praktijk spreken veel inwoners ook Engels. In toeristische gebieden kom je als Nederlandstalige ook goed uit de voeten.
Wat is de beste tijd om Luxemburg te bezoeken?
De lente en de zomer, van april tot september, zijn de fijnste periodes om het land te bezoeken. Het weer is dan aangenaam voor wandelen en fietsen. In de herfst kleuren de bossen mooi goud en rood, wat de natuur extra aantrekkelijk maakt.
Hoe groot is Luxemburg eigenlijk?
Luxemburg heeft een oppervlakte van ongeveer 2.586 vierkante kilometer. Dat is iets kleiner dan de Nederlandse provincie Gelderland. Ondanks de kleine omvang heeft het land een grote verscheidenheid aan landschappen en bezienswaardigheden.




























